Kenmerken van een leider

door • 11 juni 2015 • LeiderschapReacties (0)2008

“No man will make a great leader who wants to do it all himself, or to get all the credit for doing it.” (Andrew Carnegie, Amerikaanse industrieel)

In tijden van verandering, zoals de huidige tijd, is er een sterke behoefte aan leiders. Niet omdat het overlegmodel niet goed meer is, maar het is wel zo dat overlegpartners het ook niet altijd weten. Dat vraagt om iemand die voorop gaat lopen: een leider. Anderen moeten dat wel accepteren, immers een leider zijn, vereist dat andere mensen uit vrije wil volgen. Niet voor niets staat ‘leiderschap’ in het TQM-model vooraan.
Wat is nou de reden dat iemand door zijn omgeving wordt gekwalificeerd als ‘leider’? Ofwel, wanneer zijn mensen bereid achter iemand aan te lopen? De Britse Paul Bridle onderzocht dat, en ontdekte dat mensen iemand een leider vinden wanneer hij aan vijf criteria voldoet:

  1. Visie met passie. Een leider weet welk doel hij wil bereiken. De weg waarlangs hij dat doel bereikt, maakt hem niet zo veel uit. Dat betekent dat doodlopende wegen of creatieve methodes geen belemmering zijn. Belangrijk is de passie: dat stelt hem in staat om anderen te inspireren en te motiveren. Zowel om zijn visie te delen, als om mee te helpen die visie te bereiken.
  2. Consistente waarden en normen. Een leider leeft wat hij gelooft, en is daar consistent in. Daardoor wordt hij gezien als een integer en betrouwbaar persoon. Dat hoeft overigens helemaal niet te betekenen dat iedereen hem aardig vindt, of het altijd met hem eens is! Wel zal een leider het aura van integriteit moeten verdienen: hij zal zich eerst een tijd als zodanig moeten gedragen.
  3. Houden van mensen. Daarmee wordt bedoeld dat een leider er van overtuigd is dat mensen er toe doen, en naar die overtuiging handelt. Leiders zijn dan ook goede communicators. Dat zijn zij omdat ze goede luisteraars zijn. Maar ook slagen zij er in om de natuurlijke neiging van mensen om kritiek stil te houden te overwinnen. Heel belangrijk is tenslotte dat zij consequent personen en onderwerpen scheiden: de mening van iemand kan verkeerd zijn, de persoon in principe niet.
  4. Kampioenen kweken. Leiders leren graag en ze moedigen anderen ook graag aan om te leren. Dat leidt er tevens toe dat een leider naar iemands sterktes zoekt, en veel minder gefocust is op het verminderen van de zwaktes van iemand. De leider stelt ‘goede vragen’ om de mensen om hem heen tot nadenken te stemmen. Door dit gedrag is een leider de katalysator van het leerproces van de mensen om hem heen.
  5. Overzicht in overalls. Een goede leider houdt het overzicht, maar tegelijkertijd is hij er ‘op de werkvloer’ om te helpen, te coachen, aan te moedigen. Hij slaagt er daarbij in niet in de details te blijven hangen, maar gaat weer verder zodra hij het idee heeft dat de mensen het weer zelf aan kunnen. Leiders zijn dus ook goed in écht delegeren: steeds een stapje terug doen, zodat anderen gaandeweg meer verantwoordelijkheden krijgen, zonder dat ze kunnen verdrinken. Dit delegeren vraagt dus ook tijd (tijd die per persoon verschillend is), en is heel wat anders dan het afschuiven dat vaak delegeren genoemd wordt.

Bridle ontdekte dat de vijf criteria hygiëne-factoren zijn. Iemand wordt door zijn omgeving dus pas een leider genoemd als hij consequent demonstreert alle vijf criteria waar te maken.
Betekent dat, dat leiders blijkbaar geboren worden, en niet gemaakt kunnen worden? Dat valt in de praktijk mee: de basis van elk van de criteria is niet ingewikkeld. De meeste mensen die zichzelf (meer) tot leider zouden willen ontwikkelen, kunnen zich de eigenschappen eigen maken. Vooral een kwestie van zelfbewustzijn en zelfverandering.

Uit de vijf criteria wordt overigens ook duidelijk dat managers niet per definitie (misschien wel: per definitie niet) leiders zijn. Samengevat zit het verschil hierin: managers managen dingen, leiders leiden mensen.

Gerelateerde berichten

Niet meer mogelijk te reageren